Creativiteit is best lastig

Deze week begonnen we met een klassieke manier om 'de hersenen los te schudden': het kijken naar een vlekkentest en bedenken wat we zien. Dat gaat best. De kinderen zien een aap, een vliegtuig, een mens, een stier, Nijntje, een sleutel, een schildpad Vlekkentesten ga zo maar door.

Als we vervolgens naar de door de kinderen meegebrachte spelletjes kijken, lukt het wel om aan te geven waarom een spel leuk is. "Je kunt ermee bouwen!", "Het is spannend, omdat je op tijd klaar moet zijn.", "Je moet erbij bewegen!". Uiteindelijk hebben we een handige lijst van punten waaraan het spel dat we zelf gaan verzinnen moet of kan voldoen.

Tijd om voor het eerst echt te gaan brainstormen over iets helemaal nieuws, iets wat nog niet bestaat. Dat doen we niet gelijk over het spel voor onszelf, maar via een omweg. Dus gaan drie groepjes aan het werk met 'Hoe kun je'-vragen. Hoe kun je kaboutertjes en elfjes leren spellen? Hoe kun je bakkers en koks leren spellen? Het voelt wat onwennig, maar toch komen na een tijdje de ideeën wel uit de pen. Chocolade letters, codes rondom de ingang van de oven.

Het groepje dat zich buigt over de vraag hoe je dokters en verpleegsters kunt leren spellen, heeft het eerst moeilijk. "Je kunt toch helemaal geen dokter worden als je niet kunt spellen?" Dat soort gedachten kunnen je creativiteit flink blokkeren. Maar dan komen ze los, en krijg je ideeën als "zet woorden en regels op verband, als ze dat elke keer moeten lezen, onthouden ze het." Zo komen we er wel! Volgende keer gaan we verzinnen hoe we kinderen kunnen leren spellen op een leuke manier.

Naar overzicht