Ridderlijkheid op het Techniektoernooi

Twee koene ridders en twee schrandere jonkvrouwen bouwden vandaag een brug. Ze werden daarbij geholpen door twee wijze feeën uit groep acht. Dertig minuten hadden ze om de hoogste en breedste brug te maken die ze maar konden. Na een kwartiertje waren ze klaar. Naast hen stoeide een ander groepje kleuters met onwillige schoenendozen, kartonnen verpakkingen en de zwaartekracht. "Mogen we ze helpen?" vroegen de feeën.

Ik stond erbij en dacht aan de First Lego League: in die wedstrijd kunnen de deelnemers niet alleen punten verdienen met hun eígen prestaties, maar ook door andere kinderen te helpen. Onder het motto: voor succesvolle technologie is samenwerking en sportiviteit nodig. Oók met mensen buiten je eigen team. Vandaag, in Delft, mocht het niet, vond de tovenaar die in zijn zwarte toga toezicht hield op de werkzaamheden.

Onze kinderen wonnen uiteindelijk de Creativiteitsprijs. Dat is mooi, streelt hun zelfvertrouwen en is goed voor zowel hun beeld van techniek als het imago van hun school.Toch kon ik niet laten te denken dat het beste wat ze vandaag gedaan hadden, het feit was dat ze de andere kinderen wilden helpen. Competitie kan een heleboel creativiteit losmaken, het motiveert en enthousiasmeert. Tegelijk kan technologie alleen de betere wereld brengen waar we naar toe willen als we het sámen doen, de gemeenschapszin tussen verschillende groepen, zelfs landen. Het is de moeite waard na te denken hoe je ook binnen een format als het Techniektoernooi ruimte kunt laten voor het ontwikkelen van deze vorm van menselijk vernuft.

Naar overzicht